Academische Werkplaats Ouderen

Een samenwerkingsverband tussen onderwijs- en zorginstellingen waarin alle kennis over de ouderenzorg gebundeld en gedeeld wordt om uiteindelijk de kwaliteit te verbeteren: dát is de Academische Werkplaats Ouderen (AWO) in een notendop. WVO Zorg, Hogeschool Zeeland en het University College Roosevelt hebben het initiatief genomen de mogelijkheden van een dergelijke werkplaats te onderzoeken.

Jan de Graaf, directeur bij WVO Zorg in Vlissingen, gaf de eerste aanzet. ‘De zorg in Zeeland is economisch een belangrijke factor en is de grootste werkgever in Zeeland. De zorg in Nederland is volop in beweging en  “meer zorg leveren, met minder geld” onderstreept het belang van innovatie.
De Zeeuwse zorg en kennisinstituten zouden dan ook logische partners moeten zijn als het gaat om innovatie en onderzoek. Wij vonden in HZ en UCR medestanders in het opzetten van een academische werkplaats om hier iets aan te doen.’

Gestart is met een vooronderzoek: Waar liggen de behoeften precies en op welke terreinen is kennisdeling mogelijk? Hiervoor is gesproken met de bestuurders van diverse zorginstellingen (verpleeg- en verzorgingshuizen, thuiszorg, ziekenhuis, Emergis), overheden (gemeenten, provincie) en kennisinstituten in Zeeland (HZ en UCR). Maar ook met kennisinstituten buiten Zeeland (Hogeschool Rotterdam, Erasmus Universiteit en Universiteit Antwerpen) en de patiëntenorganisatie.

Doelstelling van de AWO is om betere en nieuwe zorg voor ouderen te realiseren. Zorgverleners, beleidsmakers, onderzoekers, studenten en ouderen zelf wisselen kennis en ervaring uit. Daarnaast toetsen en evalueren ze vernieuwingen in de dagelijkse zorg. Praktijk, beleid, onderzoek en onderwijs gaan hierbij hand in hand. De thema’s en projecten binnen de werkplaats moeten zich vooral gaan richten op de (langdurige) ouderenzorg die wordt geboden in verpleeghuizen, overige zorgcentra en thuiszorg. Diverse problematiek kan  aan de orde komen. In de werkplaats wordt in diverse projecten samengewerkt met relevante partners. Dit kunnen regionale ketenpartners zijn, zoals zorgvragers en belangenbehartigers,  huisartsen, ziekenhuis, geestelijke gezondheid (GGZ) of met gemeenten en het MKB (Midden- en Kleinbedrijf).